onderbreken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·der·bre·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| onderbreken |
onderbrak |
onderbroken |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
onderbreken
- (overgankelijk) actie ondernemen om een in gang zijnd proces tot staan te brengen
- De voorzitter onderbrak de verhitte discussie met een verwijzing naar de beperkte tijd die beschikbaar was.