verstoren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·sto·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verstoren |
verstoorde |
verstoord |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
verstoren
- (overgankelijk) uit de concentratie brengen, onderbreken wat men aan het doen is
- Tijdens het examen werden de kandidaten verstoord doordat er een brandalarm afging.