aanstichten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: aanstichten (hulp, bestand)
Woordafbreking
- aan·stich·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanstichten |
stichtte aan |
aangesticht |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
aanstichten
- veroorzaken
- Hij wordt beschuldigd van het aanstichten van rellen.
- De verdachte heeft bekend de brand te hebben aangesticht.