aanspreken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: aanspreken (hulp, bestand)
Woordafbreking
- aan·spre·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanspreken |
sprak aan |
aangesproken |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
aanspreken
- toespreken
- instemming of weerklank wekken
- verantwoording of opheldering vragen
- in rechten aanspreken
- beginnen uit de voorraad te gebruiken
Spreekwoorden
- in rechte aanspreken: voor het gerecht dagen
Vertalingen
4.