aanspreken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·spre·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanspreken
sprak aan
aangesproken
klasse 4 volledig

Werkwoord

aanspreken

  1. toespreken
  2. instemming of weerklank wekken
  3. verantwoording of opheldering vragen
  4. in rechten aanspreken
  5. beginnen uit de voorraad te gebruiken
Spreekwoorden
  • in rechte aanspreken: voor het gerecht dagen
Vertalingen