aanspreekvorm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·spreek·vorm
enkelvoud meervoud
naamwoord aanspreekvorm aanspreekvormen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aanspreekvorm m

  1. woord waarmee men iemand aanspreekt
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen