aanroepen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·roe·pen
(scheidbaar)
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanroepen |
riep aan |
aangeroepen |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
aanroepen
- (overgankelijk) met roepen iemands aan aandacht vragen
- Hij werd vanaf de overkant van het kanaal aangeroepen door een oude bekende.
- (overgankelijk) bidden tot
- (informatica) een subprogramma uitvoeren