aannemelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ne·me·lijk

Bijvoeglijk naamwoord

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aannemelijk aannemelijker aannemelijkst
verbogen aannemelijke aannemelijkere aannemelijkste
partitief aannemelijks aannemelijkers -

aannemelijk

  1. om aan te nemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen