aanbrengen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·bren·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanbrengen
bracht aan
aangebracht
zwak -cht volledig

Werkwoord

aanbrengen

  1. (overgankelijk) brengen naar
  2. toevoegen, invoegen
  3. (overgankelijk) aangeven bij een officiële instantie, verklikken
  4. werven
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen