Pasen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Pa·sen
enkelvoud meervoud
naamwoord Pasen -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Pasen o

  1. (religie) het belangrijkste feest van het christendom, waarbij de Opstanding van Jesus centraal staat
    Pasen wordt gevierd op de zondag na de eerste volle maan in de lente.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen