Hafen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Duits

Zelfstandig naamwoord

Hafen m

  1. haven
Uitdrukkingen en gezegden
  • in den Hafen der Ehe einlaufen
    • in het huwelijksbootje stappen (trouwen)
Verbuiging
enkelvoud meervoud
nominatief der Hafen die Häfen
genitief des Hafens der Häfen
datief dem Hafen den Häfen
accusatief den Hafen die Häfen
Persoonlijke instellingen