Eigentum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈaɪɡəntuːm/

Zelfstandig naamwoord

Eigentum o

  1. eigendom
    «Es ist mein Eigentum»
    Dat is mijn eigendom.
Verbuiging