правда

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Russisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • пра́в-да
enkelvoud meervoud
nominatief пра́вда пра́вды
genitief пра́вды пра́вд
datief пра́вде пра́вдам
accusatief пра́вду пра́вды
instrumentalis пра́вдой
пра́вдою
пра́вдами
locatief пра́вде пра́вдах

Zelfstandig naamwoord

правда v

  1. waarheid
    «Сказать правду.»
    De waarheid zeggen.