zwalp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwalp
enkelvoud meervoud
naamwoord zwalp zwalpen
verkleinwoord zwalpje zwalpjes

Zelfstandig naamwoord

zwalp m

  1. overslaande golf, golvende hoeveelheid water
    • Plotseling was er die zwalp en waren we kleddernat. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zwalpen

zwalp

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwalpen
    • Ik zwalp. 
  2. gebiedende wijs van zwalpen
    • Zwalp! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwalpen
    • Zwalp je? 

Gangbaarheid

11 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.