Naar inhoud springen

zwakkeling

Uit WikiWoordenboek
  • zwak·ke·ling
  • Afgeleid van zwak met het achtervoegsel -ling met het invoegsel -e-
enkelvoud meervoud
naamwoord zwakkeling zwakkelingen
verkleinwoord zwakkelinkje
zwakkelingetje
zwakkelinkjes
zwakkelingetjes

dezwakkelingv/m

  1. iemand met een zwakke wil
    • Ook goedgebekte mensen worden soms als zwakkeling aangemerkt. 
  2. iemand die fysiek zwak dan wel weinig imposant is
     Niemand heeft respect voor zwakkelingen.[1]
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. “Het dossier” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021042503
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be