zorgteam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zorg·team
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zorgteam zorgteams
verkleinwoord zorgteampje zorgteampjes

Zelfstandig naamwoord

zorgteam o

  1. groep van mensen die gezamelijk voor één of meer mensen zorgt
    • Maar de politie rijdt Marja naar het hoofdbureau van de politie, naar de Opvang Verwarde Personen (OVP). In de OVP vangt een zorgteam verwarde personen op die in aanraking zijn gekomen met de politie. Zo komen mensen die zorg nodig hebben niet in de politiecel. Het voelt voor Marja als een slechte droom. Het ene moment staat ze haar maaltje te koken, op het andere moment zit ze als verward persoon op de opvang. De psychiater van de GGZ die Marja bezoekt, ziet geen reden om haar verdere hulp aan te bieden. Marja mag weer naar huis.[1] 
    • Juist omdat kinderen vaak toeslaan als de leerkracht even niet kijkt. Mijn dochter werd opgenomen in het zorgteam op school. Enerzijds natuurlijk fantastisch, anderzijds kreeg ik een naar onderbuikgevoel; met mijn dochter is immers niets mis, het zijn de pésters die het probleem veroorzaken."Lees het hele verhaal en de brief van Renate op Vrouw.nl: 'Pesters, hebben jullie enig idee wat jullie mijn dochter aandoen?'[2] 
  2. organisatie die actief is in de (medische)zorg
    • Ascensio Zorg biedt begeleiding en dagbesteding aan 35 licht verstandelijk beperkte jongvolwassenen, onder wie drie jonge moeders met jonge kinderen. Uit onderzoek bleek dat „basale zorgprocessen” niet op orde zijn, aldus de IGZ. Zo stelt het zorgteam te weinig ondersteuningsplannen op en is er niet voor elke cliënt passende dagbesteding. Dat laatste was vooral het geval bij de moeders en hun kinderen.[3] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 14 jan. 2017
  2. de Telegraaf ELINE DOLDERSUM 19 mei 2017
  3. de Telegraaf 11 jan. 2013