zonnegloren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·glo·ren
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnegloren -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zonnegloren o

  1. het lichtschijnsel aan de einder die de zonsopgang aankondigt
    Het zonnegloren begroette hem al toen hij eindelijk zijn bed bereikte.

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
80 % van de Vlamingen.

Meer informatie