zolderkamer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zol·der·ka·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zolderkamer zolderkamers
verkleinwoord zolderkamertje zolderkamertjes

Zelfstandig naamwoord

zolderkamer v.m

  1. een kamer op zolder
    • In de winter is het koud op de onverwarmde zolderkamer. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie