zodoende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·doen·de
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

zodoende

  1. op die wijze; op die manier
    • Zodoende wordt er veel geld bespaard. 
    • Zodoende kwam Plinius weer uit mijn kast, een opgewekt verteld avonturenverhaal over een pinguïn die al op zijn derde depressief is. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen