zijmuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zij·muur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zijmuur zijmuren
verkleinwoord zijmuurtje zijmuurtjes

Zelfstandig naamwoord

zijmuur m

  1. een muur aan de zijkant van een gebouw
    • Deze zijmuur ligt op het noorden. 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.