zieltjeswinnerij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ziel·tjes·win·ne·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zieltjeswinnerij zieltjeswinnerijen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zieltjeswinnerij v [1]

  1. een poging om een of meer mensen enthousiast te maken voor een bepaalde doelstelling
    • Zijn groene CDA-campagnejas moest even uit om zelf te kunnen stemmen, om niet 'in en rond' het stembureau van zieltjeswinnerij beticht te kunnen worden. Maar na het uitbrengen van zijn stem weer eenmaal buiten straalt Frank Jonk weer uit waarvoor hij actief campagne voert: onder meer jongeren vertegenwoordigen. [2] 
    • Binnenkort worden we weer overspoeld met reclames van diverse zorgverzekeraars, mailt J.W. ten Broeke uit ’s Heerenberg. "De daaraan verbonden kosten worden uiteraard doorberekend in de hoogte van de premies." Hoe denkt u over deze 'zieltjeswinnerij'? En rekent u ieder jaar uit of het voordeliger is om over te stappen? [3] 
  2. poging om iemand te bekeren tot een bepaalde godsdienst
    • Terwijl De Baarsjes beducht is voor zieltjeswinnerij, vreest de achterban van YfC dat ze haar 'Bijbelse opdracht' vergeet. De Kam verzekerde in november in een stuk in het Nederlands Dagblad dat dit niet zal gebeuren. Voor ons is helder dat we jongeren in ontmoeting willen brengen met Jezus. Dat is cruciaal. [4] 
    • Kuijer, een verklaard tegenstander van zieltjeswinnerij, strooit door het boek voortdurend links naar de multiculturele actualiteit. ‘Dit land gaat kapot aan het getwist van de goden’, zegt koning Achab over het gestook van de profeten. En wanneer hij op het slagveld is gesneuveld en zijn gehele mannelijke nageslacht door zijn opvolger de keel is overgesneden, noteert Chulda droogjes: ‘Sinds deze wandaad is het onthoofden in deze streken een vaardigheid geworden die alle vrome mannen dienen te beheersen.’ [5] 
Synoniemen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen