ziekenbroeder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·ken·broe·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ziekenbroeder ziekenbroeders
verkleinwoord ziekenbroedertje ziekenbroedertjes

Zelfstandig naamwoord

ziekenbroeder m

  1. (beroep) iemand die beroepsmatig zieken verzorgt
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be