zette klem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zet·te klem
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
klemzetten

zette klem

  1. enkelvoud verleden tijd van klemzetten
    • Ik zette klem. 
    • Jij zette klem. 
    • Hij, zij, het zette klem. 
  2. aanvoegende wijs van klemzetten


Gangbaarheid