zetdwang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zet·dwang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zetdwang -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zetdwang m

  1. (schaak) een situatie waarin men geen andere keus heeft dan een zet te doen die de opponent wenst
    • Door het aftrekschaak kwam zwart in zetdwang. 

Gangbaarheid

31 % van de Nederlanders;
28 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be