zelfstandig-naamwoordsvorm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf·stan·dig-naam·woords·vorm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zelfstandig-naamwoordsvorm zelfstandig-naamwoordsvormen
verkleinwoord zelfstandig-naamwoordsvormpje zelfstandig-naamwoordsvormpjes

Zelfstandig naamwoord

zelfstandig-naamwoordsvorm m

  1. (grammatica) een verbogen vorm van een zelfstandig naamwoord.
    • De meervoudsvorm, het verkleinwoord en de meervoudsvorm van een verkleinwoord zijn een zelfstandig-naamwoordsvorm. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid