zegging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeg·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zegging zeggingen
verkleinwoord zegginkje zegginkjes

Zelfstandig naamwoord

zegging v

  1. het zeggen.

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.