zeg
Uiterlijk
- zeg
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zeg | - |
| verkleinwoord | zegje | zegjes |
de zeg m
- voornamelijk als verkleinwoord een uiting van wat men in een vergadering in te brengen heeft
- Nadat hij eindelijk zijn zegje gedaan had, ging men over tot het volgende punt.
- Zijn zegje doen
Zijn standpunt uiteenzetten
| vervoeging van |
|---|
| zeggen |
zeg
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zeggen
- Ik zeg.
- gebiedende wijs van zeggen
- Zeg!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zeggen
- Zeg je?
- ▸ 'De mensen die op haar land werken - hoe zeg je dat in het Engels? - tienen un gran hambre ' 'Ze lijden honger,' zei Olive.[1]
- een aankondiging van een voorbeeld
- De kookpunten van metalen uit het d-blok, zeg wolfraam, zijn bijzonder hoog.
- Betekenis 4 is een verkorting van de aanvoegende wijs zegge.
zeg
- (spreektaal) inhoudsloze toevoeging om de rest van de mededeling extra te benadrukken, meestal helemaal aan het begin of juist helemaal aan het eind van de zin of uiting geplaatst
- Zeg, wat doe jij daar?
- Dat is een moeilijke vraag zeg!
- (spreektaal) toevoeging om een zekere moeheid/frustratie te uiten
- Wat een gedoe, zeg!
- Het woord zeg staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zeg" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Tussenwerpsel in het Nederlands
- Trefwoorden in het Nederlands
- Spreektaal in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %