zappen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zap·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zappen
zapte
gezapt
zwak -t volledig

Werkwoord

zappen

  1. met de afstandsbediening alsmaar naar andere tv-kanalen schakelen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie