zakloop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
wedstrijd waarbij deelnemers een bepaald traject zo snel mogelijk moeten afleggen met hun benen en voeten in een zak

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zak·loop
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

zakloop m

  1. wedstrijd waarbij deelnemers een bepaald traject zo snel mogelijk moeten afleggen met hun benen en voeten in een zak
    • Hier zien we hoe prins Philip, koningin Elizabeth en prins Charles lachen terwijl ze de kandidaten van een zakloop in Braemar, Schotland, aanmoedigen.  [1]
Synoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen