zag aan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zag aan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aanzien

zag aan

  1. enkelvoud verleden tijd van aanzien
    • Ik zag aan. 
    • Jij zag aan. 
    • Hij, zij, het zag aan. 


Gangbaarheid