wraakzucht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wraak·zucht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wraakzucht
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wraakzucht v/m

  1. sterke behoefte aan vergelding wegens een echt of vermeend onrecht dat iemand is aangedaan
    • Hij heeft de minnaar van zijn vrouw uit wraakzucht vermoord. 
    • Een gauwdief gaat aan een vroom en eerlijk man vragen om met hem een deal te sluiten, maar hij krijgt een negatief antwoord. Dan gaat die gemenerd, louter uit spijt en wraakzucht, alle gelegenheden na om die goede man leed te berokkenen. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad Simon Oomius 17-06-2016 Satans verdachtmaking