woordvoerster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • woord·voer·ster
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van woord en de stam van voeren met het achtervoegsel -ster
enkelvoud meervoud
naamwoord woordvoerster woordvoersters
verkleinwoord woordvoerstertje woordvoerstertjes

Zelfstandig naamwoord

woordvoerster v

  1. een vrouwelijk persoon die namens anderen spreekt
    • De woordvoerster ontweek de aanvallende vraag. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.