wolbaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wol·baal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wolbaal wolbalen
verkleinwoord wolbaaltje wolbaaltjes

Zelfstandig naamwoord

wolbaal v/m

  1. stapel los of bijeengebonden wol
    • In de hoek van het magazijn lag een wolbaal. 
  2. zak met wol

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.