witten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wit·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
witten
witte
gewit
zwak -t volledig

Werkwoord

witten

  1. (overgankelijk) een muur wit maken met kalk