winterviolier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • win·ter·vi·o·lier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord winterviolier winterviolieren
verkleinwoord wintervioliertje wintervioliertjes

Zelfstandig naamwoord

winterviolier v / m [1]

  1. (plantkunde) Matthiola incana op Wikispecies naam voor een overwinterende violier
    • Hij schildert nu asters, rozen, winterviolieren. ‘Het leven is het groene blad’, hoort Thomas hem zeggen.[2] 


Gangbaarheid

Verwijzingen