wijzerzin
Uiterlijk

- wij·zer·zin
- samenstelling van wijzer en zin
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wijzerzin | wijzerzinnen |
| verkleinwoord | - | - |
wijzerzin m
- de richting waarin de klok draait
- De klok werd een uur tegen wijzerzin verzet.
- met de klok meein wijzerzin
- Het woord wijzerzin staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.