wiegenkind

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wie·gen·kind
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wiegenkind wiegenkinderen
verkleinwoord wiegenkindje wiegenkindjes

Zelfstandig naamwoord

wiegenkind o

  1. kind dat nog in de wieg ligt

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.