wettiging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wet·ti·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wettiging wettigingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wettiging v

  1. het wettigen
  2. rechtvaardiging, verantwoording

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.