wetgevend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wet·ge·vend
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen wetgevend
verbogen wetgevende
partitief wetgevends

Bijvoeglijk naamwoord

wetgevend [1]

  1. het recht hebbend om wetten te maken en uit te vaardigen
    • De Tweede Kamer, de Eerste Kamer en de regering vormen samen de wetgevende macht in Nederland. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
wetgeven

wetgevend

  1. onvoltooid deelwoord van wetgeven

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen