werplans

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

legionair met zwaard en werplans
Uitspraak
Woordafbreking
  • werp·lans
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werplans werplansen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

werplans v/m [1]

  1. speer of spies die men met de hand werpt
Synoniemen

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen