Naar inhoud springen

wenste

Uit WikiWoordenboek
  • wens·te
vervoeging van
wensen

wenste

  1. enkelvoud verleden tijd van wensen
    • Ik wenste. 
    • Jij wenste. 
    • Hij, zij, het wenste. 
     Ik wenste hem veel succes met zijn tocht, ging in mijn tent liggen en dacht na over zijn verhaal.[1]
     Maar aan de andere kant: hij gaf me wel het adres van de Noorse Zeemanskerk in New York, een liedboek en hij wenste me een behouden reis.[2]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500