wegkomen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegkomen
kwam weg
weggekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

wegkomen

  1. ergatief op gelukkige wijze ontsnappen
    • Daarmee was hij goed weggekomen van wat een groot probleem had kunnen zijn. 
  2. zich verwijderen, ophoepelen
    • Maak dat je wegkomt! 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be