wees aan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wees aan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aanwijzen

wees aan

  1. enkelvoud verleden tijd van aanwijzen
    • Ik wees aan. 
    • Jij wees aan. 
    • Hij, zij, het wees aan. 


Gangbaarheid