wederkerend werkwoord
Uiterlijk
- we·der·ke·rend werk·woord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wederkerend werkwoord | wederkerende werkwoorden |
| verkleinwoord | wederkerend werkwoordje | wederkerende werkwoordjes |
het wederkerend werkwoord o
- (grammatica) een werkwoord waarbij de handelende persoon tevens het voorwerp van de handeling is
- Een voorbeeld van een wederkerend werkwoord is 'zich verheugen'.
1. een werkwoord waarbij de handelende persoon tevens het voorwerp van de handeling is
- Het woord 'wederkerend werkwoord' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.