wasmerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • was·merk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wasmerk wasmerken
verkleinwoord wasmerkje wasmerkjes

Zelfstandig naamwoord

wasmerk o

  1. label in kleding waarop staat hoe je iets moet wassen
  2. merk van een wasmiddel
    • De achtergrond van het advies is dat er in het onderwijs door allerlei fusies megascholen zijn ontstaan. Een bekend voorbeeld is OMO, niet te verwarren met het bekende wasmerk. OMO staat voor Ons Middelbaar Onderwijs en is een Brabantse, rooms-katholieke vereniging met 45 scholen, 6500 werknemers en 67.000 leerlingen; de grootste in haar soort. Zo’n vereniging is uiteraard zeer dominant in de regio aanwezig en dat baart de Onderwijsraad terecht zorgen. Wat valt er voor ouders nog te kiezen? [1] 
    • Een wasproduct kiezen, bijvoorbeeld, is een hele klus geworden: zowat elk merk heeft nu producten op de markt voor donkere kleding, voor witte of lichtgekleurde kleding, voor gekleurde kleding, voor wol En is het u ook nog niet opgevallen dat alle wasmerken plots een variant met Marseillezeep in de rekken hebben staan? Dat bewijst overigens dat niet alleen private labels de A-merken imiteren, maar dat ook de producenten van A-merken elkaar onderling achterna lopen. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 28-11-2008 Nieuwe school
  2. De Standaard 02/11/2004 om 00:00 door Karin De Ruyter Marketeers (ver)branden hun merk