wasgoed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • was·goed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wasgoed
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wasgoed o

  1. textiel dat net gewassen is of nog moet worden gewassen.


Meer informatie