wasbeurt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

locomotief kan best een wasbeurt gebruiken
Uitspraak
Woordafbreking
  • was·beurt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wasbeurt wasbeurten
verkleinwoord wasbeurtje wasbeurtjes

Zelfstandig naamwoord

wasbeurt v/m

  1. de keer dat men iemand iets of iemand wast
    • Na het scoutingkamp hadden mijn kinderen en alle kleren die ze hadden meegenomen wel een extra wasbeurt nodig. 
    • Waar de zaak echt om draait is niet of Winterkorn moet komen opdraven, maar of bezitters van sjoemeldiesels schade hebben geleden. Nee, betoogt de advocaat van Volkswagen. Die auto’s krijgen immers gratis een software-update van Volkswagen. „En een gratis wasbeurt”, benadrukt de advocaat van Pon. Die update is goedgekeurd door het Duitse equivalent van de RDW, de KBA, en leidt „niet tot meer brandstofverbruik, hogere CO2-uitstoot, niet tot meer motorgeluid en niet tot een verlies aan motorvermogen.” Kortom: geen schade. Of er bewijs is dat de KBA daar allemaal echt op controleert, wil de rechter weten. Nee, want „correspondentie tussen Volkswagen en KBA is vertrouwelijk”. [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Carola Houtekamer 20 april 2016