beurt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beurt
enkelvoud meervoud
naamwoord beurt beurten
verkleinwoord beurtje beurtjes

Zelfstandig naamwoord

beurt v/m

  1. een gelegenheid of opdracht die bij afwisseling aan één persoon uit meerdere gegeven wordt
    De spelregels zeggen dat je dan je beurt moet overslaan.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beuren

beurt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beuren
    Jij beurt.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beuren
    Hij beurt.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van beuren
    Beurt!