beurt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beurt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beurt beurten
verkleinwoord beurtje beurtjes

Zelfstandig naamwoord

beurt v/m

  1. een gelegenheid of opdracht die bij afwisseling aan één persoon uit meerdere gegeven wordt
    • De spelregels zeggen dat je dan je beurt moet overslaan. 
    • Wacht even, je moet wel op je beurt wachten. 
  2. om de beurt: eerst A dan B en dan weer A enzovoorts
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
beuren

beurt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beuren
    • Jij beurt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beuren
    • Hij beurt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van beuren
    • Beurt! 

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl