wam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wam
enkelvoud meervoud
naamwoord wam wammen
verkleinwoord wammetje wammetjes

Zelfstandig naamwoord

wam

  1. v/m een huidplooi die afhangt van de hals van een rund of een ander dier
  2. v/m een opengesneden buik van een vis
  3. m een soort duif; een duikvluchtduif
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
wammen

wam

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wammen
    Ik wam.
  2. gebiedende wijs van wammen
    Wam!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wammen
    Wam je?


Xhosa

Bezittelijk voornaamwoord

wam

  1. vorm van -m, verwijzend naar een eerste persoon enkelvoud in bezit van een woord van klasse 1: mijn

wam

  1. vorm van -m, verwijzend naar een eerste persoon enkelvoud in bezit van een woord van klasse 3: mijn