vrijkopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrij·ko·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vrijkopen
kocht vrij
vrijgekocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

vrijkopen

  1. door betaling iemands vrijheid verkrijgen
    De westerse gijzelaars werden door hun regering vrijgekocht.
Vertalingen