vreemdheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vreemd·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vreemdheid vreemdheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vreemdheid v [1]

  1. iets dat niet gewoon is; iets dat afwijkend is; iets dat onbekend is; iets dat raar is
     'Was het Bacon niet die zei dat is er geen schoonheid is, zonder wat vreemdheid in de proporties?'[2]
     ‘Plotseling, uit het niets, voelde ik de koelte en vreemdheid van de handen van een vreemde die mijn blote borsten van achteren omsloten’, zo omschrijft ze het voorval.[3]
  2. (natuurkunde) grootheidin de kwantummechanica
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 30 december 2021 Weblink bron “ONGEHOORD. ‘Kleine mensen zijn het lelijkst’” (wle), De Standaard
  3. Bronlink geraadpleegd op 30 december 2021 Weblink bron Ester Meerman “Model Emily Ratajkowski beschuldigt zanger Robin Thicke van seksueel misbruik” (04/10/2021), De Standaard